
“Stand for something or fall for anything.” Ik hoorde het vorige week door een rapper in een stoer hiphop liedje. Normaal ben ik niet zo van de hiphop, maar zodra je totaal ondergedompeld bent in een onderwerp lijkt de hele wereld er mee te maken. Oorspronkelijk komt het van Alexander Hamilton, een Amerikaans staatsman uit 1757, maar de scherpe slogan is overal terug te vinden op internet geparafraseerd door meerdere iconen. Beetje copy-pasting kan in dit tijdperk geen kwaad.
In hoeverre is die eeuwenoude quote toepasbaar op de kwestie rondom grensvervaging in de hedendaagse beeldende kunst? Stand for something; kies een specialisme, een skill. Or fall for anything; of je hebt geen poot om op te staan. Het gevaar van deskilling, zoals we het gekscherend noemen, is het kwijt raken van focus, expertise en uniciteit. De meerwaarde blijkt vindingrijkheid, kruisbestuiving en het ontdekken van nieuwe gronden.
Is het een kwestie van kiezen of accepteren van die deskilling? Op vele kunstenaars zal dit niet eens toepasbaar zijn, er zijn uiteraard veel kunstenaars vandaag de dag die werken vanuit een puur gegeven of medium. Sterker nog, dit is eigenlijk niets meer dan een veredelde zelfreflectie vanuit de theorieën van anderen. Als ik mijzelf tot voorbeeld neem, herken ik het gegeven namelijk wel. Als kunstenaar werk ik voornamelijk met video op een documentaire wijze. Dat zou je bijna een specialisme kunnen noemen. Regie, camera, geluid, licht en montage neem ik voor mijn rekening. Maar naast een professionele televisie cameraman zie ik er vast uit als een mietje. Ik gebruik elementen van de journalistiek, maar zou voor geen goud journalist willen zijn. Ook sociologie, geschiedenis en psychologie passeren de revue tijdens mijn werkproces, maar een universitaire studie heb ik niet afgerond. Toch gebruik ik die elementen naar lieve lust, omdat het kan, omdat ik dat wil, en omdat ik denk dat het werk daar sterker door wordt.
Ook organiseer ik evenementen, coördineer ik een artist-in-residence en schrijf ik zo nu en dan een essay. Ik ben een eenmanszaak, doe mijn eigen boekhouding, pr en marketing. Cultureel ondernemerschap, piece of cake. Het komt allemaal vanuit dezelfde bron, maar neemt soms verschillende verschijningsvormen aan. Ik geloof dat deskilling me breder van begrip en kunnen maakt. Ook al kan ik niet per se iets fantastisch goed, verdomme ik ben een hedendaags kunstenaar! Maar wordt je daar niet weleens hartstikke moe van? JA! Vaak verlang ik naar een romantisch bohémien kunstenaarsbestaan op een zolderkamertje met kaarslicht. Maar echt realistisch vind ik dat niet en toch bij nader inzien ook niet zo boeiend.
Als ik bovenstaande lees (niet de afbeeldingen natuurlijk!) , lijk ik echt een verwend kind van mijn tijd. Grensvervaging zelf wordt een medium, ongeacht het medium. Volgens vele sociologen en filosofen bevinden we ons in het post-fordistisch tijdperk, waarin diensten gewilder zijn dan kant en klare producten. Tijdens mijn De Avonturen van de Alleskunner probeer ik mijn diensten, kunde en zijn als kunstenaar uit te testen. Hoe ver kan ik gaan en wat leert mij dat over het hedendaags kunstenaarschap?
Deel daarvan is het verzamelen van 99 portretten van mijzelf, geschilderd of getekend door anderen. Professional, amateur, kunstenaar, non-kunstenaar zijn uitgenodigd en leveren elk hun eigen bijdrage aan het grote geheel. Wat doe ik? Ik zit stil, voor 2,5 uur per sessie, als een sculptuur, een mona lisa gone bad, een communistisch leider bijna. Althans, daar moet ik steeds aan denken tijdens het zitten. Verder doe ik weinig, naast koffie schenken en koekjes uitdelen. Kantine juffrouw kan ik dus ook afvinken.
(Mirror Me: hierboven een versie van hoe ik eruit zou zien als ik aan twee kanten hetzelfde was)
Dat uitlenen of weggeven van auteurschap vind ik razend interessant, doch beangstigend. Ik heb weinig grip op de uitkomst. Ondanks dat ik daar zit in dezelfde houding met hetzelfde bloesje op dezelfde plek, komt er bij elk portret iets totaal anders uit. Zoals ik bij de vorige blog beschreef; elk portret lijkt een vermenging van twee gezichten. Die van de maker en die van het model. Geen enkele lijkt op de werkelijkheid, maar brengt een nieuwe werkelijkheid naar boven. Als er straks echt 99 hangen kan ik mijn geluk niet op; leve de parallelle werelden!
Zo komen die hippe woorden uit de kunst toch nog eens lekker terug: zichtbaarheid, post-fordisme, deskilling, semi-autonomie, hybridisering enzovoorts enzovoorts. Oh ja, en wat ik echt niet kan is: fluiten. |
(Ja, simpelweg fluiten is echt een minidrama voor mij.)



